Lezing 3 door mr. G.J. Spijker MA
Geplaatst op dinsdag 29 november 2011
Vrijdagavond 18 november mochten we tijdens het najaarsweekend van ons dispuut luisteren naar de derde lezing in het kader van ons jaarthema 'Gevangen in onze eigen vrijheid? Vrijheid als grootste belemmering voor een gelukkig leven’
Door middel van deze derde lezing, die werd gehouden door mr. G.J. Spijker MA, wetenschappelijk medewerker van het wetenschappelijk instituut van de ChristenUnie, en als titel droeg 'Democratie als dictatuur van de meerderheid? Over de relatie tussen regeringsvorm en vrijheid', bestudeerden we het onderwerp 'vrijheid' vanuit staatkundig perspectief.
Meneer de lector begon zijn lezing met de mooie notie dat we (ook als christenen) in Nederland nog veel vrijheid hebben en we daar dankbaar voor mogen zijn. Hij gaf echter aan dat er wel iets aan de hand is en nam dat als uitgangspunt voor het verdere van zijn lezing. Meneer de lector besprak allereerst verschillende goede regeringsvormen en hun negatieve tegenhangers en ging vervolgens in op de spanning tussen rechtsstaat en democratie. Daarna besprak meneer de lector de christelijke visie op de relatie tussen regeringsvorm en vrijheid en deed dit aan de hand van de visie uit de Bijbel, de heersende opinie in Middeleeuwen, en de visies van Calvijn en Kuiper ten aanzien hiervan, waarbij hij concludeerde dat in de loop der tijden de gedachte heeft geheerst dat gezag belangrijk is, maar dat het moet worden gedragen vanuit de representatiegedachte en gezagdragers altijd verantwoording dienen af te leggen. Vervolgens stelde meneer de lector ten aanzien van de Nederlandse situatie dat de vrijheid in onze democratie onder druk staat. Onder meer vanwege de ontkerstening en individualisering van de samenleving wordt het collectieve geloof niet langer begrepen en begint men rechten in te perken. Het is dan ook van belang dat er vanuit de rechtsstaat - namelijk onder meer vanuit de rechterlijke macht die de grondrechten bewaakt - tegenwicht wordt geboden en de machtsbalans die de democratie kenmerkt op die wijze blijft gehandhaafd. Daarbij moet in het oog worden gehouden dat de democratie dient te zijn ingebed in de rechtsstaat, omdat de rechtsstaat belangrijker is dan de democratie. Meneer de lector merkte dan ook op dat een democratie mooi is, maar de rechtsstaat nog mooier. Bovendien moet onder die rechtsstaat een moreel fundament aanwezig zijn, namelijk het ethos, aangezien de democratie hoge eisen aan mensen stelt. Omdat in een democratie feitelijk iedereen regeert, moet namelijk niet alleen de vorst of een elite maar iedere burger deugdzaam zijn. Wanneer dit niet het geval is, ontaart de democratie en zal de regering ontaarden in chaos. De Tocqueville stelde bovendien dat dit ethos moet worden afgeleid uit religie en wel specifiek de christelijke religie en dat deze dus het fundament van een democratie dient te vormen en een noodzakelijke voorwaarde is voor het goed functioneren van de rechtsorde, aangezien de christelijke religie staat voor naastenliefde, is gericht op anderen en de oproep doet de medemens te accepteren. Vanuit het christendom zijn goede waarden, waaronder deugdzaamheid, overgedragen. Dit is volgens hem dan ook de succesfactor van het Westen geweest en verklaart tegelijkertijd waarom een democratie niet kan worden opgelegd in andere continenten. Kinneging ondersteunt deze visie, maar spreekt tegelijkertijd de zorg uit dat met het wegvallen van de christelijke visie in het Westen de naastenliefde dan ook zal verdwijnen, waarbij hij de vraag stelt wat we dan nog overhouden. De tendens tekent zich immers af dat er steeds meer verzet komt tegen de christelijke religie en de vraag is hoe lang de stroom nog blijft doorstromen wanneer de Bron niet meer wordt erkend. Bovendien gaf meneer de lector aan dat de rechtsstaat wel zijn "checks and balances" heeft, maar dat die wellicht op den duur niet meer tegen de macht, tegen de (uitwassen van de) democratie op kan. Meneer de lector sloot zijn zeer boeiende, actuele en relevante lezing dan ook "niet heel positief, maar ook niet heel negatief" af met de indringende gedachte dat wij als christenen wellicht steeds meer in onze natuurlijke en Bijbelse positie komen, namelijk die van vreemdelingschap op aarde. Tegelijkertijd koppelde hij hieraan de hoopvolle uitspraak dat God ook onder ons aan het werk blijft. Deze beide kanten van de medaille gaven samen voldoende stof om over door te denken en praten!
Via de onderstaande link kunt u het verslag van deze lezing vinden dat in het Reformatorisch Dagblad is geplaatst:
http://www.refdag.nl/kerkplein/kerknieuws/democratie_biedt_christenen_geen_garantie_1_604228


Bekijk meer nieuws
Hyves
Twitter
Facebook